Roeitechniek

Roeien is een zachte, soepele en vloeiende beweging. Vermijd plotselinge of schokkerige bewegingen. Iedere roeihaal dient zonder onderbreking en vloeiend in de volgende over te gaan. De juiste roeitechniek is in twee fases te verdelen.
waterrower techniek 600

Uitgangspositie van de Herstelfase is de eindpositie van de Haalfase:

• De rug is recht en rechtop, de kin opgeheven en de blik naar voren gericht
• De benen zijn volledig gestrekt en de voeten blijven op het footboard.
• De handgreep is bij het lichaam (ter hoogte van de navel) met de ellebogen langs het lichaam.
• Het bovenlichaam is iets achterover gebogen (vanuit de heup, niet vanuit de rug).
• De schouders bevinden zich iets achter de heup positie.
De Herstelfase
1. De Roeibeweging begint met het strekken van de Armen.
De rug is recht en rechtop, de kin opgeheven en de blik naar voren gericht
De armen worden vlot naar voren gestrekt
2. Nu beweegt het bovenlichaam naar voren.
• De houding is rechtop, de rug recht, de kin opgeheven en de blik naar voren gericht
• De knieën zijn volledig gestrekt en de voeten blijven op het footboard
De schouders zijn ontspannen, de armen volledig gestrekt
Het bovenlichaam is licht naar voren gebogen (vanuit de heupen)
• De schouders bevinden zich voor de heupen
3. Nu wordt het lichaam naar het begin van de Haalfase gebracht.
• De armen en het bovenlichaam blijven in de voorovergebogen positie
De zitting wordt nu naar voren bewogen
De knieën en de heupen bewegen gelijktijdig en gelijkmatig (let er op dat de knieën het eerst starten met buigen)
Het bewegen dient gecontroleerd en langzaam uitgevoerd te worden (deze fase is voor herstel)
• Kort voor het bereiken van het begin van de Haalfase wordt de beweging langzaam afgeremd

De Haalfase

4. De Knieën worden volledig gestrekt.
• De houding is rechtop en actief, de rug is recht
De knieën en heupen worden snel en krachtig gestrekt (de armen blijven nog gestrekt)
De druk loopt via de voeten en de voetzool
De krachten vanuit de benen en de romp worden via de gestrekte armen op de handgreep overgebracht
• De knieën worden, met het gelijktijdig terugtrekken van de schouders, volledig gestrekt
5. Het bovenlichaam buigt naar achteren.
• Zodra de handen zich boven de knieën bevinden begint de haal met de armen (zie 6)
• Het bovenlichaam wordt vanuit de heupen naar achteren gebogen
6. De Armen aanspannen.
• De haal voert de handgreep naar het lichaam ter hoogte van de navel met de ellebogen langs het lichaam
De gehele haal wordt met een gelijkmatige kracht uitgevoerd
• U bevindt zich nu weer aan het einde van de Haalpositie
De Haalfase is een doorlopende en vloeiende beweging. De Herstelfase dient ongeveer dubbel zo lang te zijn als de Haalfase. U dient in de Herstelfase langzaam naar voren te rollen en in de Haalfase snel en krachtig af te zetten.